Late Roeping (7/21)
dinsdag 9 maart 2010
door Jaap B
Vier maanden later trok ik bij haar in. We waren allebei schaamteloos verliefd op elkaar, konden niet van elkaar afblijven en ja, dat is lastig als je ver van elkaar woont, ik bedoel, meer dan vijfhonderd meter. Als zij naar haar werk ging (ze was PR-medewerkster op het stadhuis), bleef ik thuis. Dat kon makkelijk, want ik was freelance copywriter en deed mijn ding al tijden lang op mijn pc in mijn eigen kamertje. Ik werkte veel voor tijdschriften, vrouwenblaadjes en zo, maar ook voor bedrijven. Overdag veranderde er niet zoveel, met dit verschil dat ik haar miste, zo verschrikkelijk miste. Soms sloeg dat gemis zo onverwachts toe, dat ik – denkend aan haar – steken in mijn buikstreek voelde en half dubbel sloeg als ik alleen maar aan haar dácht. Dan belde ik haar overdag op haar werk, zomaar, om haar stem te horen. En oh, die warme, overrompelende, weldadige en o zo geile woordjes van haar, zo intiem en zo pijnlijk lief, waarnaar ik nauwelijks luisterde, maar waarvan alleen al de klanken mij razend van verlangen naar haar maakte.
Ik noemde haar soms Jip en als ze me erg lief vond, zei ze Japie tegen me. Dat vertelden we niemand, want we vonden het te intiem klinken: Jip en Japie, of Jaap en Jippie, dat zou voor de buitenwereld een beetje te veel klinken als iets voor een koffiemok van de Hema, maar binnen de vier muren van onze slaapkamer verdiepte het onze liefde voor elkaar.
Het jonge hondje dat ik die eerste keer had horen piepen, was een flinke hond geworden, Boris, een kruising tussen een vuilnisbakkenras en een allegaartje, maar nog steeds zo speels als die eerste keer dat ik hem zag. Twee keer per dag pakte ik de riem, nadat hij al zeker een halfuur naar me had liggen kijken, waarop hij luid kwispelstaartend overeind kwam en al voordat hij werd uitgelaten uitgelaten werd en heen en weer rende van mij naar de deur. Het was een geweldig hondje, volgens Dory een lot uit de loterij.
“We hebben vroeger thuis een paar keer een hond gehad,” vertelde Dory mij toen ik haar na een flinke stoeipartij daarom vroeg, “en toen ik het huis uit ging, wist ik dat ik mijn eigen hondje wilde hebben. Da’s best moeilijk, want hoe kom je aan een hondje waar je later geen spijt van hebt. Ik besprak dat een keer met Annemiekje, een vriendin die je wel eens een keertje zult ontmoeten, als je tenminste nog een tijdje blijft,” en na een kwartiertje waarin ik haar duidelijk maakte dat ik zéker nog wel een tijdje zou blijven, en zij liet merken dat zij mij ook niet kwijt wilde, maar dit terzijde.